JPEG werd vorig jaar 30. En in bijna al die tijd was er eigenlijk niets dat het formaat echt serieus bedreigde. WebP deed in 2010 een poging, Google zette er flink op in, iedereen haalde een beetje de schouders op, en JPEG ging gewoon door. PNG is nog steeds overal waar transparantie nodig is. En GIF weigert op de een of andere manier nog altijd om te verdwijnen.
AVIF is echter iets anders. Het is niet zomaar weer een formaat dat browsermakers met tegenzin aan een compatibiliteitstabel toevoegen. De formaatstrijd is voorbij. AVIF heeft gewonnen. Dat is geen hype, dat is gewoon waar de cijfers op uitkomen.
Wat AVIF eigenlijk is
AVIF staat voor AV1 Image File Format. De achtergrond is hier belangrijk: AV1 is oorspronkelijk gebouwd voor video, door een coalitie waar onder andere Google, Apple, Mozilla, Microsoft, Netflix en Amazon in zitten. Die bedrijven waren het zat om royalties te betalen voor H.264 en HEVC, dus legden ze hun middelen samen en bouwden vanaf nul een royaltyvrije codec. Dat duurde jaren, maar het resultaat bleek opvallend goed.
Daarna zag iemand iets simpels maar belangrijks: als je één frame uit een AV1-video pakt en opslaat als stilstaand beeld, is de compressie absurd goed. Veel beter dan alles wat het JPEG-algoritme, dat uit 1992 stamt, voor elkaar krijgt. Dat is AVIF. AV1 toegepast op foto’s.
De cijfers
Bij een gewone foto levert AVIF ongeveer 50% betere compressie dan JPG bij vergelijkbare visuele kwaliteit. Niet 10%, niet 15%, maar ongeveer de helft van de bestandsgrootte. Voor een website die veel afbeeldingen serveert, maakt dat echt verschil in bandbreedtekosten en laadtijd.
WebP, Googles eerdere poging om beeldformaten te moderniseren, doet het ook beter dan JPEG. Maar AVIF verslaat WebP bij de meeste soorten content nog eens met ongeveer 30%. Als je al WebP gebruikt en denkt dat dat wel goed genoeg is, laat je waarschijnlijk nog merkbare prestaties liggen.
Naast compressie ondersteunt AVIF HDR, een breed kleurbereik en alfatransparantie. Tekst en scherpe randen blijven bij gelijke bestandsgrootte vaak netter dan bij JPEG. Ook animatie wordt ondersteund, al worden GIF en WebP in de praktijk nog steeds vaker gebruikt voor bewegende content.
Waarom 2026 het jaar is waarin het echt telt
AVIF bestaat sinds ongeveer 2019. Chrome had relatief vroeg ondersteuning. Firefox volgde. Safari liet langer op zich wachten, en dat is belangrijk, want Safari op de iPhone is geen nichebrowser. Safari 16 voegde ondersteuning toe en in 2024 meldde Can I Use al 93% wereldwijde dekking. Begin 2026 ging dat cijfer over de 95% heen.
Dat is het punt waarop een webontwikkelaar een formaat realistisch als primaire optie kan gebruiken zonder zich al te druk te maken over fallbacks. Voor heel oude apparaten wil je nog steeds een JPEG-back-up, maar met het <picture>-element is dat iets wat je één keer instelt en daarna grotendeels vergeet.
Google PageSpeed Insights markeert JPEG- en PNG-afbeeldingen inmiddels ook als optimalisatiemogelijkheden en noemt AVIF daarbij expliciet. Als Core Web Vitals voor je belangrijk zijn, en dat zouden ze moeten zijn omdat ze rankings beïnvloeden, dan duwt Google je inmiddels behoorlijk duidelijk deze kant op.
Waar het nog niet werkt
E-mail is het duidelijkste gat. De meeste e-mailclients kunnen AVIF niet weergeven, en dat zal waarschijnlijk nog wel even zo blijven. Maak je afbeeldingen voor nieuwsbrieven of geautomatiseerde mails, dan kun je beter bij JPEG of PNG blijven.
Voor print geldt iets vergelijkbaars. Labs en drukkerijen verwachten TIFF, PDF of JPEG van hoge kwaliteit. AVIF hoort daar voorlopig nog niet echt bij.
En als je een fotograaf bent die een bibliotheek beheert in Lightroom of Capture One, dan is native AVIF-export nog steeds wisselvallig. Het lukt wel via conversietools, maar het zit nog niet zo vanzelfsprekend ingebakken als JPEG en TIFF.
Wat dit betekent als je een website runt
Gebruik je een CDN zoals Cloudflare of Cloudinary, dan is de kans groot dat je misschien al AVIF uitserveert zonder dat je het doorhebt. Beide diensten kijken via de Accept-header wat een browser ondersteunt en leveren automatisch het juiste formaat. Jij uploadt een JPEG, zij regelen de rest.
Werk je met Next.js, dan serveert de Image-component sinds versie 13 standaard AVIF.
Voor iedereen anders is de praktische route vrij duidelijk: zet bestaande afbeeldingen om naar AVIF en bied daarnaast een JPEG-fallback aan. Met de afbeelding-converter van FastConvert kun je dat in bulk doen: upload je JPEG’s of PNG’s, krijg AVIF’s terug, klaar.
Moet je je hier iets van aantrekken als je geen ontwikkelaar bent
Waarschijnlijk niet op een heel praktische manier. Beheer je een website via Squarespace, Wix of WordPress met een modern thema, dan wordt de afhandeling van bestandsformaten steeds vaker voor je verborgen. Je hosting of CDN regelt dat dan automatisch.
Maar als je je ooit hebt afgevraagd waarom afbeeldingen op sommige sites merkbaar sneller laden dan op andere, zonder dat er zichtbaar veel kwaliteitsverschil is, dan zit formaatkeuze daar vaak voor een groot deel achter. Het verschil tussen een site die nog JPEG’s van 800 KB per afbeelding serveert en een site die AVIF van 350 KB levert, telt snel op, zeker op mobiel.
JPEG heeft een mooie lange tijd gehad. Dat format heeft zijn plek verdiend. Maar de tijd dat het de standaard was loopt ten einde, en AVIF is wat daarvoor in de plaats komt.
